In naam van de droom door Hans Bouma

11-12-2009

Je hebt zo je dromen. Dromen over recht en vrede. Recht en vrede voor mensen, recht en vrede voor dieren. Je hebt zo je dromen over een andere, een betere wereld. Vol verwachting kijk je uit naar een glanzende toekomst, creatief span je de boog van je verbeelding, geef je vorm aan het concept van je hart – en het komt er maar niet van. De werkelijkheid is anders. En ze blíjft ook duidelijk anders.

Vanaf 1970 droom ik over het einde van de bio-industrie. De bio-industrie de wereld uit, om te beginnen uit Nederland. Ik heb het niet mogen beleven. De werkelijkheid is anders. Ondanks alle protesten hebben we nu te maken met megastallen: de brutale, grootschalige, megalomane bevestiging van wat allang tot het verleden had moeten behoren. 
De werkelijkheid is anders, ook de werkelijkheid van wat zich aan het oog onttrekt: de werkelijkheid van zeeën en oceanen. Bijna driekwart van onze planeet bestaat uit water en wat zich dáár afspeelt aan pure destructie, aan massale slachtingen, aan peilloos dierenleed …
Alleen al het feit dat ongeveer 30% van de koraalriffen dood is. En als we zo doorgaan, is dat in 2030 niet minder dan 60%. En tot overmaat van ramp stijgt de temperatuur, verandert het klimaat. Maar belangrijker dan een zieke planeet aarde is wat men een gezonde economie noemt. En als vóór alles de beurskoersen maar stijgen.

De werkelijkheid is anders. De feiten, de keiharde feiten van onrecht en geweld, vernietiging en dood kun je als zó dwingend, zó verpletterend ervaren dat je je erbij neerlegt. Maar als íets strijdig is met waarachtige humaniteit, dan is het berusting in het kwaad, vrede hebben met wat geen vrede kent. Op deze manier verloochen je jezelf in een wel heel oorspronkelijke gestalte: de gestalte van de hoop. Het hóórt zo bij je: dat je even nuchter als gepassioneerd reikt naar die andere, die betere wereld. Dat je droomt en protesteert. Dat je telkens weer opstaat tegen de ondergang. De hoop verliezen is jezelf verliezen. Berusting verminkt je identiteit.

Waar het visioen ontbreekt, wordt het volk bandeloos. Een oude Oosterse wijsheid. En inderdaad: waar niet meer wordt gedroomd en gehoopt, waar het dictaat van de feiten een ware dictatuur vormt, waar geen profeten, geen Martin Luther Kings meer uitroepen:  I have a dream, daar slaat het bederf toe, daar zakt het peil van de humaniteit, daar richt men zichzelf te gronde.

Waar het visioen ontbreekt. Nu, als pleitbezorgers van het zo ontrechte dier ontbreekt het ons daar allerminst aan. Wat ook onze achtergrond is, zo menselijk als we zijn, delen we in de oermenselijke droom van een aarde waar mens en dier, waar alles wat leeft zich maximaal kan ontplooien. En die droom, dat visioen inspireert ons tot een zeer bepaalde manier van leven, tot heel specifieke keuzes en beslissingen. Geëngageerd en volhardend werken wij aan de vervulling van die droom, dat visioen.

Dromen – het lijkt een vorm van bedrog, zelfbedrog. Alsof dromen de wereld zouden veranderen. Maar dromen veránderen de wereld. Dromen kunnen uiterst explosief zijn voor de bestaande orde. Alle grote sociale revoluties ontsprongen aan een droom. Je moet er niet aan denken dat er níet meer wordt gedroomd. Armer kan een cultuur, armer kan een mens niet zijn.

Ach ja, de werkelijkheid. Maar beslissender dan de werkelijkheid van de feiten is de werkelijkheid van onze droom. Niet wat voor ogen ís maar wat ons voor ogen stáát is doorslaggevend voor ons. In naam van de droom gaan we verder op de ingeslagen weg. Er is veel werk te doen. Er is een wereld te winnen, een zoveel betere wereld dan de huidige.

Ten slotte een wens, een Kerstwens, een wens voor het nieuwe jaar.

Wat ik je geef –
het liefste, het mooiste,
gewoon wat ik leef.

Neem het van mij aan,
het siert je, voltooit je,
het omhelst je, verheft je,
neem het van mij aan,
luister,
ik fluister je naam –
voor jou is mijn droom,
het visioen waar ik in woon:

een aarde
waar alles wat adem heeft
eindelijk volop leeft,
een aarde
waar alle leed geleden is,
een aarde waar het vrede is,
een feest
voor zeeën en rivieren,
voor bergen, bomen en dieren.

O neem het van mij aan,
luister,
ik fluister je naam,
voor jou
is mijn droom, mijn visioen:
een aarde waar mensen
niets dan liefde doen.

Hans Bouma (1941) is dichter, publicist en ethicus. Sinds 1970 is hij nauw betrokken bij acties voor welzijn van dieren en natuurbehoud. Hij schreef de inleiding voor de Nederlandse vertaling van Animal Liberation van Peter Singer: Pro mens, pro dier (Baarn 1975). Kenner en pleitbezorger van de ethiek van Albert Schweitzer (‘eerbied voor het leven’). Was als uitgever bij Kok-Kampen verantwoordelijk voor vele uitgaven op het gebied van natuurbehoud en dierenrechten.
Uitgangspunt in eigen boeken en bundels, zowel algemene als spirituele en religieuze: inclusieve humaniteit. Een humaniteit die rekening houdt met de belangen van alle levensvormen.