Goedgelovig

19-07-2005

Afgelopen jaar werden er in België meer dieren gebruikt in proeven. En altijd komt men af met het flauwe excuus dat er geen wetenschappelijke vooruitgang zou zijn zonder dierproeven. De overheid en farmaceutische industrie zitten vastgeroest in bepaalde gewoontes en gedachten en staan te weinig open voor wetenschappers, artsen en ex-dierproefnemers die pleiten voor dierproefvrij onderzoek. Alternatief onderzoek, preventie van ziektes en voorlichting krijgen te weinig aandacht en prioriteit lijkt het al helemaal niet te zijn.

 

Ik sta niet verbaasd over het gegeven dat een deel van de dierenrechtenbeweging geen hoop meer put uit veranderingen via wettelijke, ‘democratische’ wegen. Want de grote vraag die gesteld kan worden is zeker: ‘Wordt er eigenlijk wel geluisterd naar wat tegenstanders van het gebruik van proefdieren te zeggen hebben? Echt geluisterd? Hebben dierproefnemers en de bedrijven die dikke winsten maken over de ruggen van weerloze dieren (en mensen), hun zaakjes eigenlijk niet heel goed voor elkaar? Hebben dierproefnemers niet stiekem de plaats ingenomen van die van de pastoor, die ons ook allemaal zo goed wist te vertellen wat goed voor ons was en voor wie men een ongelooflijk ontzag had?’

Dierproefnemers (en hun pleitbezorgers) gooien regelmatig de woorden kanker, polio en aids in de media om hun weerzinwekkende, onethische praktijken te rechtvaardigen. Een doelbewuste tactiek. Ze verwijten ons, dierenrechtenmensen, te schermen met emotionele argumenten, maar doen zelf niets anders dan dat. Door af te komen met het bestaan van ethische commissies en overheidscontroles trachten zij het onwetende publiek in slaap te sussen. ‘Geen zorgen mensen: voor de dieren wordt prima gezorgd. Ja, ze lijden wel, maar ja, het is voor het grotere goed.’ Maak je echter geen illusies: er zijn maar een paar mensen in overheidsdienst die bedrijven en instellingen controleren, en er zijn meer dan 350 vergunninghouders te controleren. En bij al die verschillende commerciële farmaceutische bedrijven geloof ik niet in die zogenaamde openheid van zaken (die ze zouden moeten geven over hun dierproeven). Het gaat om winst bij die bedrijven. Dat is hun prioriteit, niets meer en niets minder. En ze willen de concurrentie maar graag ver voor zijn. Namen krijgen we niet te horen van de overheid, als we willen weten wie toch al die bedrijven zijn die proefdieren gebruiken. Dat ligt nogal gevoelig, wordt er gezegd.

Twee jonge mannen van ‘het Belgische ALF’ werden onlangs veroordeeld voor het ingooien van ramen bij een bontwinkel en bij een filiaal van een McDonalds. Een van die gasten mag zelfs een half jaar effectief de gevangenis in. Daar was de Belgische overheid heel snel bij om een signaal te geven dat zulk gedrag niet getolereerd wordt. Maar wat krijgen de farmaceutische bedrijven die producten op de markt brengen en die dodelijke slachtoffers maken of mensen voor hun leven lang gehandicapt maken? (In al die jaren kan men een flinke lijst aanleggen van rotzooiproducten die dagelijks slachtoffers maakten/maken). Die komen weg met het van de markt moeten halen van die producten. En vervolgens mogen ze vrolijk verder gaan met de onwetenschappelijke fraude die dierproeven heet. Terwijl uit dierproevenonderzoek nu juist bleek dat die producten veilig voor menselijk gebruik zouden zijn.

Zijn er überhaupt al eens directeuren van zulke bedrijven in de boeien geslagen en met loeiende sirenes naar de gevangenis afgevoerd? Die mensen wentelen zich nu nog in de weelde van de goedgelovigheid en de steun en bescherming van de overheid. Maar hoogmoed komt altijd voor de val. Wat mij betreft hoe eerder, hoe liever.

Voor de dieren,

Marianne Huiberts,

Voorzitter Bite Back vzw