De mannen in witte pakken

23-08-2005

We hebben wat over voor een goedkoop stukje kip, kalkoen, eend en ander ‘gevogelte’. Met honderden, soms (tien)duizenden, worden deze dieren opgesloten in grote industriële schuren. Een vogelwaardig leven krijgen ze niet. Snavels worden uit voorzorg gekapt omdat ze elkaar uit frustratie te lijf gaan en kannibalisme optreedt. Oud worden ze ook al niet. Een kipfilet is eigenlijk afkomstig van een kuiken, een zogeheten plofkip. Het beestje wordt maar 6 weken en wordt dan al geslacht. Kan amper meer op de pootjes staan. De Arnold Schwarzenegger van de kippen, zeg maar. Kalkoen idem dito. Kolossale gedrochten maakt de intensieve veehouderij ervan. Onnatuurlijk zwaar en doorgefokt op zoveel mogelijk gewicht. Rond de 4 maanden worden de vrouwtjes rond de 10 kilo geslacht, de haantjes als ze een gewicht hebben van rond de 20 kilo. Deze dieren lijden voortdurend pijn: pootgebreken, heupgebreken en kreupelheid. Om ze rustig te houden, worden ze in het donker gehouden. Eenden, nota bene watervogels, zien nooit zwemwater, alleen drinknippels. Geen frisse buitenlucht. Niets. Ook hun snavels worden verminkt. Dit is geen leven, dit is regelrechte zware dierenmishandeling.

 

Mensen weten gewoon niet hoe de dieren in de intensieve veehouderij leven. Op informatiestands vertoont Bite Back regelmatig een DVD over de vlees-, melk-  en eierenindustrie. Menige mond valt open van verbazing als men ziet en hoort  hoe jong dieren sterven en hoe ze gehouden worden. Een jong ventje stond naar het filmpje te kijken en zei: ‘Ik vind het vreselijk zielig voor die dieren, maar ik kan niet zonder vlees, ik vind het zo lekker.’ ‘Dieren hebben er niets aan als je het zielig vind’, zei ik.  ‘Dieren hebben iets aan daden. Dus dat je bij jezelf begint. Als jij stopt met hun lichamen te eten, stopt jouw persoonlijk aandeel aan deze dierenmishandeling.’   Dieren eten is eigenlijk net als sigaretten roken een verslaving en een gewoonte. We krijgen het van kleins af aan letterlijk ingelepeld.  ‘Ik voel me zwak zonder vlees’, zei een man tegen mij. Dat is blijkbaar een typische mannenklacht over het weglaten van dierenlichamen uit hun dieet. Vrouwen hoor ik daar nooit over. Dat is iets wat vooral in het hoofd speelt van een man. Altijd leuk om hen te melden dat verzadigde dierlijke vetten impotentie kunnen veroorzaken.

Al geruime tijd waart het spook van de vogelgriep rond. Het zal niet lang duren voor deze weer (!) onze contreien bereikt. Déjà vu van 2003: de mannen in de witte pakken die namens de heilige koe, namelijk het consumeren van dieren, de massale slachtingen van miljoenen dieren op hun geweten hebben. Iemand moet het vuile werk opknappen. Doden (en dan druk ik me nog zeer vriendelijk uit) van dieren wordt lopende band werk, een routineklus, een zoenoffer voor de economie. Want vaccineren mag niet van Europa, dus dood moeten die arme dieren. Dood gingen ze toch, dat weet ik. Veel dieren worden en zullen op de bedrijven zelf afgeslacht worden. Kolossale schuren vol jonge, weerloze dieren zullen worden vergast. Snelle dood? Nee. En dat heb ik persoonlijk gehoord uit de monden van  Nederlandse medewerkers aan deze gruweldaden. In de loop van 2003 werden in Nederland massaal dieren vergast in die schuren. Het duurt lang voor de laatste dieren dood zijn, zeiden ze. Eer het gas zich in zo’n schuur verspreidt … Ik heb er bij gestaan toen de lievelingsdieren van mensen werden afgenomen door de Nederlandse overheid. Ik woon dicht bij de Nederlandse grens en nam deel aan het verzet tegen de massale ruimingen. Heel wat mensen verzetten zich. Andere ‘dierenliefhebbers’ zetten de dieren in de door de overheid verstrekte dozen gewoon langs de kant van de weg. Met huurbusjes, militairen en zelf asielzoekers werden de arme dieren als stukken vuil naar slachthuizen gevoerd. Tranen, verdriet, onmacht en woede maken zich meester van je als je zoiets ziet gebeuren. Je staat erbij, je verzet je, je kan niets doen, dieren worden uit je handen gerukt, alles wordt je onmogelijk gemaakt in naam van de economie. Als er ruimingen komen, gaan de dieren van hobbyhouders en particulieren er ook aan. Zeker in een bepaalde straal rond een haard. Of gewoon als voorzorg. Ik blijf me verzetten tegen deze manier van met dieren omgaan. Ik blijf het spook van de vogelgriep dat rondwaart nauwlettend volgen. En moesten er ruimingen komen, dan kom ik weer in verzet. En zal de dieren tot het einde toe verdedigen. Achteraf blijkt nu dat al die ruimingsploegen en hun transportmiddelen zorgden voor de verspreiding van het virus in 2003. Daar nog niet bijgeteld de boeren die stiekem toch op bezoek gaan of contact hebben met een bedrijf waar vogelpest heerst. En iedereen met een hart voor dieren vraag ik ook de kant van de dieren te kiezen: door hun lichamen niet te consumeren en hun eigen dieren niet uit te leveren aan hun beulen. We zouden ons kapot moeten schamen dat deze massavernietigingen van dieren getolereerd én met belastingsgeld betaald blijven worden.

Voor de dieren,

Marianne Huiberts,
Voorzitter Bite Back vzw